Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to spell out
[phrase form: spell]
01
duidelijk uitleggen, gedetailleerd uitleggen
to clearly and explicitly explain something
Transitive: to spell out sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
spell
tegenwoordige tijd
spell out
3e persoon enkelvoud
spells out
onvoltooid deelwoord
spelling out
onvoltooid verleden tijd
spelled out
voltooid deelwoord
spelled out
Voorbeelden
They spelled the rules out for the participants, ensuring everyone understood the guidelines of the competition.
Ze legden de regels duidelijk uit aan de deelnemers, zodat iedereen de richtlijnen van de wedstrijd begreep.
02
spellen, letter voor letter zeggen
to audibly recite the sequence of letters that form a word, name, or a phrase
Transitive: to spell out a word
Voorbeelden
They spelled the company name out for the interviewer, emphasizing the correct spelling for future reference.
Ze spelden de bedrijfsnaam voor de interviewer, waarbij ze de juiste spelling voor toekomstige referentie benadrukten.



























