Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to belittle
01
kleineren, minachten
to make something or someone seem less important
Transitive: to belittle sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
belittle
3e persoon enkelvoud
belittles
onvoltooid deelwoord
belittling
onvoltooid verleden tijd
belittled
voltooid deelwoord
belittled
Voorbeelden
Parents should never belittle their children's dreams, but encourage and support them.
Ouders moeten de dromen van hun kinderen nooit kleineren, maar hen aanmoedigen en ondersteunen.
02
kleineren, geringschatten
to speak or express derogatory remarks about someone
Transitive: to belittle sb
Voorbeelden
If the mistake happens again, the manager will likely belittle the employee.
Als de fout opnieuw gebeurt, zal de manager de werknemer waarschijnlijk kleineren.
Lexicale Boom
belittled
belittling
belittling
belittle
little



























