snack
snack
snæk
snāk
slackstacksnickshack

Definitie en betekenis van "snack"in het Engels

01

snack, tussendoortje

a small meal that is usually eaten between the main meals or when there is not much time for cooking 
snack definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
snacks
Voorbeelden
At the party, there were many snacks to choose from. 

Op het feest waren er veel snacks om uit te kiezen.

02

een lekker ding, een knapperd

a person who is physically attractive or appealing 
slang
Voorbeelden
Have you seen Jake lately? He's a total snack. 

Heb je Jake de laatste tijd gezien? Hij is een totale snack.

to snack
01

snoepen, snacken

to eat a small amount of food between meals, typically as a quick and informal meal 
Intransitive: to snack on sth
to snack definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
snack
3e persoon enkelvoud
snacks
onvoltooid deelwoord
snacking
onvoltooid verleden tijd
snacked
voltooid deelwoord
snacked
Voorbeelden
During the movie, they like to snack on popcorn and enjoy the film. 

Tijdens de film houden ze ervan om popcorn te snacken en van de film te genieten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store