Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to shape up
01
zich verbeteren, vooruitgang boeken
develop in a positive way
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
shape
tegenwoordige tijd
shape up
3e persoon enkelvoud
shapes up
onvoltooid deelwoord
shaping up
onvoltooid verleden tijd
shaped up
voltooid deelwoord
shaped up
02
zich voorbereiden op een gevecht, een dreigende houding aannemen
to gesture, posture, or approach threateningly, often to intimidate or prepare for a fight
slang
Voorbeelden
They shaped up before the confrontation escalated.
Ze maakten zich klaar voordat de confrontatie escaleerde.



























