Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to set on
[phrase form: set]
01
aanvallen, overvallen
to attack someone aggressively, either physically or verbally
Transitive: to set on sb
Voorbeelden
I witnessed a disturbing incident where a group of kids set on a classmate, and I had to intervene to stop it.
Ik was getuige van een verontrustend incident waarbij een groep kinderen een klasgenoot aanviel, en ik moest ingrijpen om het te stoppen.
02
opjutten, loslaten
to command an animal to attack another individual or entity
Ditransitive: to set on an animal sb/sth
Voorbeelden
The farmer used a whistle to set the border collie on the stray cattle.
De boer gebruikte een fluitje om de border collie op de verdwaalde runderen af te sturen.



























