scourge
scourge
skɜrʤ
skērj
/skˈɜːd‍ʒ/

Definitie en betekenis van "scourge"in het Engels

01

gesel, zweep

a type of whip or lash that is often used to punish or torture individuals
Voorbeelden
The dictator 's regime employed the use of a scourge to intimidate and control dissenters.
Het regime van de dictator gebruikte een gesel om andersdenkenden te intimideren en te controleren.
02

gesel, plaag

a person who brings widespread suffering or devastation
Voorbeelden
The serial killer was described as a scourge by the community, instilling fear and claiming innocent lives.
De seriemoordenaar werd door de gemeenschap omschreven als een gesel, die angst inboezemde en onschuldige levens eiste.
03

gesel, plaag

a cause of widespread suffering or affliction
Voorbeelden
The scourge of hurricanes poses a constant threat to coastal regions, causing extensive damage and displacement.
De plaag van orkanen vormt een constante bedreiging voor kustgebieden, waardoor uitgebreide schade en ontheemding ontstaan.
to scourge
01

verwoesten, teisteren

to cause widespread destruction or devastation, often resulting in complete ruin
Voorbeelden
The pandemic has scourged the global economy, causing widespread unemployment.
De pandemie heeft de wereldeconomie geteisterd, wat wijdverspreide werkloosheid heeft veroorzaakt.
02

geselen, afranselen

to strike with a whip or similar instrument
Voorbeelden
Ancient laws allowed authorities to scourge wrongdoers publicly.
Oude wetten stelden autoriteiten in staat om overtreders in het openbaar te geselen.
03

teisteren, streng bekritiseren

to afflict or criticize harshly
Voorbeelden
The scandal scourged the politician's reputation.
Het schandaal verwoestte de reputatie van de politicus.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store