Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Scourge
01
gesel, zweep
a type of whip or lash that is often used to punish or torture individuals
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
scourges
Voorbeelden
In ancient times, the Roman soldiers used a scourge to punish disobedient slaves.
In de oudheid gebruikten de Romeinse soldaten een gesel om ongehoorzame slaven te straffen.
02
gesel, plaag
a person who brings widespread suffering or devastation
Voorbeelden
Throughout history, dictators have often been regarded as scourges, responsible for immense human suffering and oppression.
Door de geschiedenis heen zijn dictators vaak beschouwd als gesels, verantwoordelijk voor immens menselijk lijden en onderdrukking.
03
gesel, plaag
a cause of widespread suffering or affliction
Voorbeelden
The pandemic emerged as a global scourge, affecting millions of lives and overwhelming healthcare systems.
De pandemie kwam naar voren als een wereldwijde plaag, die miljoenen levens trof en de gezondheidszorgsystemen overweldigde.
to scourge
01
verwoesten, teisteren
to cause widespread destruction or devastation, often resulting in complete ruin
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
scourge
3e persoon enkelvoud
scourges
onvoltooid deelwoord
scourging
onvoltooid verleden tijd
scourged
voltooid deelwoord
scourged
Voorbeelden
The hurricane scourged the coastal town, leaving behind a trail of destruction.
De orkaan teisterde het kustplaatsje en liet een spoor van vernieling achter.
02
geselen, afranselen
to strike with a whip or similar instrument
Voorbeelden
The captives were scourged as a warning to others.
De gevangenen werden gegeseld als waarschuwing voor anderen.
03
teisteren, streng bekritiseren
to afflict or criticize harshly
Voorbeelden
Corruption scourged the city, leaving citizens frustrated.
Corruptie teisterde de stad, waardoor burgers gefrustreerd raakten.



























