Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
robijn, robijn
a precious red gemstone, a variety of corundum, ranging from crimson to pink
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
rubies
Voorbeelden
She wore a ring set with a bright ruby.
Ze droeg een ring met een heldere robijn.
1.1
robijn, robijnrood
a strong, intense shade of red
Voorbeelden
The curtains were dyed a rich ruby.
De gordijnen werden geverfd in een rijke robijnrode kleur.
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
rubiest
vergrotende trap
rubier
gradueerbaar
Voorbeelden
Her lips were painted a vibrant ruby shade for the special occasion.
Haar lippen waren geschilderd in een levendige robijn tint voor de speciale gelegenheid.



























