Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Roommate
01
huisgenoot, kamergenoot
a person sharing a room, apartment, or house with one or more people
Dialect
American
Voorbeelden
He and his roommate often cook dinner together in the shared kitchen.
Hij en zijn huisgenoot koken vaak samen het avondeten in de gedeelde keuken.
02
levenspartner, woonpartner
a same-sex significant other with whom one lives
Voorbeelden
A roommate can be more than just a coinhabitant; they're your partner.
Een huisgenoot kan meer zijn dan slechts een medebewoner; hij is je partner.



























