Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
outfit, kleding
a set of clothing (with accessories)
02
span, voertuig getrokken door paarden
a vehicle with wheels drawn by one or more horses
03
een vrachtwagen bestaande uit een tractor en trailer samen, een vrachtwagen
a truck consisting of a tractor and trailer together
04
uitrusting, apparatuur
gear (including necessary machinery) for a particular enterprise
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
rigs
05
zwendel, oplichting
the act of swindling by some fraudulent scheme
06
touwage, rigging
formation of masts, spars, sails, etc., on a vessel
07
rig, vistuig
a setup of fishing tackle including hooks, sinkers, and bait or lures, designed to catch fish effectively
Voorbeelden
The fishing guide demonstrated how to tie a reliable rig for surf fishing.
De vissersgids demonstreerde hoe je een betrouwbare rig bindt voor het vissen in de branding.
08
een gymnastiekapparaat, een gymnastiekstructuur
a gymnastics apparatus consisting of bars, beams, and other equipment used for training and performing routines
Voorbeelden
The coach adjusted the height of the rig for the gymnasts' training session.
De coach stelde de hoogte van het toestel in voor de trainingssessie van de turners.
to rig
01
verbinden, bevestigen
connect or secure to
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rig
3e persoon enkelvoud
rigs
onvoltooid deelwoord
rigging
onvoltooid verleden tijd
rigged
voltooid deelwoord
rigged
02
manipuleren, vervalsen
manipulate in a fraudulent manner
03
manipuleren, vervalsen
arrange the outcome of by means of deceit
04
touwen, uitrusten
equip with sails or masts



























