Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to put aside
[phrase form: put]
01
opzijzetten, vergeten
to forget a feeling, disagreement, or dispute
Transitive: to put aside a feeling or disagreement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aside
basiswerkwoord
put
tegenwoordige tijd
put aside
3e persoon enkelvoud
puts aside
onvoltooid deelwoord
putting aside
onvoltooid verleden tijd
put aside
voltooid deelwoord
put aside
Voorbeelden
Despite their past arguments, they managed to put aside their grievances and work together.
Ondanks hun eerdere ruzies slaagden ze erin hun grieven opzij te zetten en samen te werken.
02
opzijzetten, sparen
to save money for a specific goal or need
Transitive: to put aside money
Voorbeelden
They decided to put aside some funds every month for their child's education.
Ze besloten om elke maand wat geld opzij te zetten voor de opleiding van hun kind.
03
opzij zetten, stoppen met gebruiken
to stop the utilization of something
Transitive: to put aside something outdated or useless
Voorbeelden
After years of service, the old machinery was finally put aside.
Na jaren van dienst werd de oude machinerie eindelijk opzij gezet.



























