Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to push up
[phrase form: push]
01
omhoog duwen, optillen
to move something in an upward direction
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
push
tegenwoordige tijd
push up
3e persoon enkelvoud
pushes up
onvoltooid deelwoord
pushing up
onvoltooid verleden tijd
pushed up
voltooid deelwoord
pushed up
Voorbeelden
He pushed the box up onto the higher shelf.
Hij duwde de doos omhoog op de hogere plank.
02
omhoog duwen, verhogen
to cause an increase in the amount, number, or value of something
Voorbeelden
A surge in online shopping during the holiday season pushed sales figures up significantly.
Een piek in online winkelen tijdens het vakantieseizoen heeft de verkoopcijfers aanzienlijk omhoog geduwd.



























