Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
positie, functie
Ze accepteerde een leidinggevende functie bij het bedrijf.
mening, standpunt
Zijn positie stond in schril contrast met de meerderheidsopinie.
positie, plaats
De positie van de vaas op de tafel was iets uit het midden.
standpunt, positie
Haar standpunt over klimaatverandering is goed gedocumenteerd.
positie, stelling
De soldaten verplaatsten zich naar een defensieve positie.
houding, positie
De turnster nam een moeilijke positie aan op de balk.
rang, status
Zijn positie in de samenleving verschafte hem bepaalde privileges.
positie, plaats
Ze speelt de positie van aanvaller in het voetbalteam.
positie, plaats
Het boek bekleedde de eerste positie op de bestsellerlijst.
plaatsen, positioneren
De leraar vroeg de leerlingen om hun tafels in een cirkel te plaatsen voor groepsdiscussie.
Lexicale Boom



























