Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
pit, zaad
a tiny hard seed that is found in some fruits such as an apple, peach, etc.
Dialect
British
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
pips
Voorbeelden
He accidentally swallowed a pip while eating the juicy watermelon.
Hij slikte per ongeluk een pit in terwijl hij de sappige watermeloen at.
02
de stippen, de symbolen
the small symbols or markings on the face of the cards that represent the card's rank or value
03
een radarecho weergegeven om de positie van een reflecterend oppervlak te tonen, een radarsignaal dat de positie van een reflecterend oppervlak aangeeft
a radar echo displayed so as to show the position of a reflecting surface
04
bultje, blaasje
a small swelling or blister, often found on the skin of animals, indicating the presence of a parasitic infection or an insect bite
Voorbeelden
The veterinarian examined the dog and identified several pips on its belly, suggesting a flea infestation.
De dierenarts onderzocht de hond en identificeerde verschillende bultjes op zijn buik, wat wijst op een vlooienplaag.
05
klein kwaaltje, licht ongemak
a minor nonspecific ailment
to pip
01
schieten, raken met een raket
hit with a missile from a weapon
02
volledig verslaan, verpletteren
defeat thoroughly
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pip
3e persoon enkelvoud
pips
onvoltooid deelwoord
pipping
onvoltooid verleden tijd
pipped
voltooid deelwoord
pipped
03
doden door een raket af te vuren, elimineren met een raket
kill by firing a missile
Lexicale Boom
pipage
pip



























