Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
one-on-one
01
onder vier ogen, privé
in a situation involving direct interaction between two people, without others present
grammaticale informatie
Voorbeelden
The coach spoke one-on-one with the player after practice.
De coach sprak onder vier ogen met de speler na de training.
one-on-one
01
een-op-een, individueel
describing a system or situation in which one individual directly engages or competes with another in sports or games
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The basketball coach emphasized one-on-one defense during practice.
De basketbalcoach benadrukte de man-tegen-man verdediging tijdens de training.
02
een-op-een, individueel
(of an activity) between only two people
Voorbeelden
She had a one-on-one meeting with her supervisor to discuss her career goals.
Ze had een een-op-een vergadering met haar supervisor om haar carrièredoelen te bespreken.



























