to nourish
nou
ˈnʌ
na
rish
rɪʃ
rish

Definitie en betekenis van "nourish"in het Engels

to nourish
01

voeden, voedsel geven

to give someone or something food and other things which are needed in order to grow, live, and maintain health 
Transitive: to nourish sb/sth
to nourish definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nourish
3e persoon enkelvoud
nourishes
onvoltooid deelwoord
nourishing
onvoltooid verleden tijd
nourished
voltooid deelwoord
nourished
Voorbeelden
Farmers work hard to nourish their crops with the right balance of water and nutrients. 

Boeren werken hard om hun gewassen te voeden met de juiste balans van water en voedingsstoffen.

02

voeden, aanmoedigen

to actively encourage a specific emotion, idea, or belief to keep them strong and growing 
Transitive: to nourish an emotion or belief
Voorbeelden
The coach worked hard to nourish the team's confidence before the big game. 

De coach werkte hard om het vertrouwen van het team te voeden voor de grote wedstrijd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store