to nourish
Pronunciation
/ˈnɝɪʃ/

Definitie en betekenis van "nourish"in het Engels

to nourish
01

voeden, voedsel geven

to give someone or something food and other things which are needed in order to grow, live, and maintain health
Transitive: to nourish sb/sth
to nourish definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nourish
3e persoon enkelvoud
nourishes
onvoltooid deelwoord
nourishing
onvoltooid verleden tijd
nourished
voltooid deelwoord
nourished
Voorbeelden
The mother bird tirelessly searched for insects to nourish her hungry chicks.
De moedervogel zocht onvermoeibaar naar insecten om haar hongerige kuikens te voeden.
02

voeden, aanmoedigen

to actively encourage a specific emotion, idea, or belief to keep them strong and growing
Transitive: to nourish an emotion or belief
Voorbeelden
She nourished her love for reading by exploring different genres and authors.
Ze voedde haar liefde voor lezen door verschillende genres en auteurs te verkennen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store