Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to negociate
01
onderhandelen
discuss the terms of an arrangement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
negotiate
3e persoon enkelvoud
negotiates
onvoltooid deelwoord
negotiating
onvoltooid verleden tijd
negotiated
voltooid deelwoord
negotiated
02
onderhandelen
confer with another in order to come to terms or reach an agreement
03
onderhandelen, met succes passeren
succeed in passing through, around, or over
04
onderhandelen
transfer by endorsement to another in return for value received
05
onderhandelen
sell or discount
06
slagen, een doel bereiken
be successful; achieve a goal



























