Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to mop
01
dweilen, schoonmaken
to clean a surface by wiping it with a handle attached to a sponge or cloth at its end
Transitive: to mop a surface
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
mop
3e persoon enkelvoud
mops
onvoltooid deelwoord
mopping
onvoltooid verleden tijd
mopped
voltooid deelwoord
mopped
Voorbeelden
She mops the kitchen floor every evening to keep it clean.
Ze dweilt elke avond de keukenvloer om hem schoon te houden.
02
het gezicht vertrekken, de mond vertrekken
to twist or contort the mouth, usually in a way that shows annoyance or displeasure
Intransitive
Voorbeelden
She mopped at the suggestion, unsure whether to agree or not.
Ze trok een grimas bij het voorstel, onzeker of ze het ermee eens moest zijn of niet.
01
dweil, vloerwisser
a cleaning tool consisting of a long handle with absorbent material like sponge, yarn, or cloth attached at the end, used for wiping or scrubbing floors
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
mops
Voorbeelden
She used a mop to clean up the spilled juice.
Ze gebruikte een dweil om de gemorste sap op te ruimen.
02
een bos haar, een bos vacht
a thick, often untidy mass of hair or fur
Voorbeelden
He had a mop of curly hair that was impossible to tame.
Hij had een bos krullend haar dat onmogelijk te temmen was.



























