Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Magnolia
01
magnolia, magnoliaboom
a shrub or tree with purple, white, or pink flowers that are large in size and are also pleasant-smelling
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
magnolias
Voorbeelden
The Southern magnolia, with its glossy evergreen leaves and creamy-white flowers, is a symbol of hospitality in many parts of the United States.
De zuidelijke magnolia, met zijn glanzende groenblijvende bladeren en crèmewitte bloemen, is een symbool van gastvrijheid in veel delen van de Verenigde Staten.
magnolia
01
magnolia, licht crèmekleurig
describing a soft, pale shade of creamy white or pink, inspired by the color of magnolia flowers
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
eigennaam
kwalitatief
overtreffende trap
most magnolia
vergrotende trap
more magnolia
gradueerbaar
Voorbeelden
The cat's fur had a magnolia tinge, giving it a soft and velvety appearance.
De vacht van de kat had een magnolia tint, wat hem een zacht en fluwelig uiterlijk gaf.



























