Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Machine
01
machine, apparaat
any piece of equipment that is mechanical, electric, etc. and performs a particular task
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
machines
Voorbeelden
The factory installed new machines to increase production efficiency.
De fabriek heeft nieuwe machines geïnstalleerd om de productie-efficiëntie te verhogen.
02
auto, voertuig
a motor vehicle with four wheels, typically powered by an internal combustion engine, designed for transportation
Voorbeelden
He bought a new machine with advanced safety features.
Hij kocht een nieuwe machine met geavanceerde veiligheidsvoorzieningen.
03
mechanisme, apparaat
an intricate organization that accomplishes its goals efficiently
04
machine, werkbeest
an efficient person
05
machine, apparaat
a device for overcoming resistance at one point by applying force at some other point
06
machine, apparaat
a group that controls the activities of a political party
to machine
01
machinaal vervaardigen, produceren
to produce something using machinery
Transitive: to machine sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
machine
3e persoon enkelvoud
machines
onvoltooid deelwoord
machining
onvoltooid verleden tijd
machined
voltooid deelwoord
machined
Voorbeelden
Factories machine precision parts for use in various industries.
Fabrieken bewerken precisieonderdelen voor gebruik in verschillende industrieën.
02
machinaal bewerken, frezen
to shape or mold a material using machinery
Transitive: to machine a material
Voorbeelden
The engineer machined the metal components to precise dimensions using a CNC milling machine.
De ingenieur bewerkte de metalen onderdelen tot precieze afmetingen met behulp van een CNC-freesmachine.
Lexicale Boom
machinelike
machinery
machinist
machine



























