Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Lumberjack
01
een korte, warme jas
a short, warm coat, often featuring a plaid pattern, commonly worn for outdoor activities
Voorbeelden
Her lumberjack jacket was perfect for hiking in chilly conditions.
Haar lumberjack-jas was perfect voor wandelen in koude omstandigheden.
02
houthakker, boomkapper
a worker in the logging industry who cuts down trees, processes timber, and transports logs for further use
Voorbeelden
The lumberjack used an axe and saw to process the timber.
De houthakker gebruikte een bijl en een zaag om het hout te verwerken.



























