Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to look back
01
terugkijken, herinneren
to think about or consider past events, experiences, or decisions
Intransitive: to look back on events or experiences | to look back at events or experiences
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
back
basiswerkwoord
look
tegenwoordige tijd
look back
3e persoon enkelvoud
looks back
onvoltooid deelwoord
looking back
onvoltooid verleden tijd
looked back
voltooid deelwoord
looked back
Voorbeelden
He looked back on his childhood with fondness and nostalgia.
Hij keek terug op zijn jeugd met genegenheid en nostalgie.
02
terugkijken, zich omdraaien
to turn one's head to see what is behind or happening behind
Intransitive
Voorbeelden
When I looked back, I saw David walking towards me.
Toen ik omkeek, zag ik David naar me toe lopen.
03
terugkijken, herzien
to revisit written material for the purpose of recalling or reviewing its content
Intransitive: to look back at written material | to look back on written material
Voorbeelden
The student looked back at their notes before starting to work on their essay.
De student keek terug in zijn aantekeningen voordat hij aan zijn opstel begon.
to not look back
01
alleen maar succes blijven boeken, alleen maar verder groeien
to achieve rapid or exceptional success, often continuing to improve without pause
idioom
Voorbeelden
After her first hit single, she never looked back.
Na haar eerste hitsingle bleef ze alleen maar succes boeken.
02
to have no desire or intention to return to past circumstances
idioom
Voorbeelden
After moving to the new city, she never looked back.



























