Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to let up
01
afnemen, verzachten
to become less intense or strong
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
let
tegenwoordige tijd
let up
3e persoon enkelvoud
lets up
onvoltooid deelwoord
letting up
onvoltooid verleden tijd
let up
voltooid deelwoord
let up
Voorbeelden
The heavy rain let up after a few hours, giving way to sunny skies.
De zware regen liet op na een paar uur, waardoor er plaats was voor een zonnige hemel.
02
verminderen, verlichten
to reduce the amount of work or effort being expended
Voorbeelden
The construction workers let up on their work for a lunch break.
De bouwvakkers minderden hun werk voor een lunchpauze.



























