arm
arm
ɑ:rm
aarm
British pronunciation
/ɑːm/

Definitie en betekenis van "arm"in het Engels

01

arm

one of the two body parts that is connected to the shoulder and ends with fingers
Wiki
arm definition and meaning
example
Voorbeelden
She carries the heavy grocery bags with one arm.
Ze draagt de zware boodschappentassen met één arm.
1.1

mouw, arm

the section of a piece of clothing that covers the wearer's arm
arm definition and meaning
example
Voorbeelden
The coat has padded arms for extra warmth.
De jas heeft gestikte mouwen voor extra warmte.
1.2

arm, hendel

a projecting structure or extension that resembles a limb in shape or function, often used for support, movement, or connection
example
Voorbeelden
The robotic arm mimics human movement for precision tasks.
De robotarm bootst menselijke beweging na voor precisietaken.
02

wapen, bewapening

a weapon or tool used for fighting or hunting
arm definition and meaning
example
Voorbeelden
Archery was once the chief arm of hunters.
Boogschieten was ooit het belangrijkste wapen van jagers.
03

armleuning, stoelleuning

the side support of a chair or sofa designed to hold the sitter's arm
example
Voorbeelden
The wooden arm of the bench was carved with flowers.
De houten armleuning van de bank was met bloemen gesneden.
04

tak, afdeling

a branch, department, or subdivision of a larger, more complex organization, often responsible for a specific function
example
Voorbeelden
The charity 's fundraising arm raised millions last year.
De tak voor fondsenwerving van het goede doel heeft vorig jaar miljoenen opgehaald.
to arm
01

bewapenen

to provide individuals or groups with weapons, ensuring they have the necessary equipment for defense or offense
Transitive: to arm sb
to arm definition and meaning
example
Voorbeelden
In times of war, nations often arm their troops with the latest firearms and protective gear.
In tijden van oorlog bewapenen naties hun troepen vaak met de nieuwste vuurwapens en beschermende uitrusting.
02

bewapenen, zich voorbereiden op de strijd

to get ready for a challenge or to prepare to fight
Intransitive
example
Voorbeelden
The army armed quickly for the battle ahead.
Het leger bewapende zich snel voor de komende strijd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store