Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fortbewegen
01
etwas von seinem bisherigen Platz wegbewegen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
Voorbeelden
Er versuchte, den schweren Stein fortzubewegen.
02
sich in eine bestimmte Richtung vorwärtsbewegen
Voorbeelden
Der Kranke kann sich nur an Krücken fortbewegen.



























