Zoeken
zutreffen
[past form: traf zu]
01
correct zijn, waar zijn
Richtig oder wahr sein
Voorbeelden
Es trifft zu, dass sie viele Probleme hat.
Het klopt dat ze veel problemen heeft.
02
van toepassing zijn, toepasbaar zijn
Für eine bestimmte Situation oder Person gültig sein
Voorbeelden
Diese Regel trifft nur auf Volljährige zu.
Deze regel geldt alleen voor volwassenen.


























