der zahnarzt
zahnarzt
t͡sa:nʔaʁt͡st
tsanartst

Definitie en betekenis van "zahnarzt"in het Duits

01

tandarts, tandarts

eine Fachperson, die sich auf die Behandlung von Zähnen und Mund spezialisiert hat 
der Zahnarzt definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
singular
gender specific
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
Zahnärzte
mannelijk enkelvoud
Zahnarzt
vrouwelijk enkelvoud
Zahnärztin
neutral form
Zahnarzt (generisch)
genitiefvorm
Zahnarztes
Voorbeelden
Ich habe morgen einen Termin beim Zahnarzt. 

Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store