Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Der Zahn
01
tand, tand
Hartes Teil im Mund zum Kauen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Zahn(e)s
meervoudsvorm
Zähne
Voorbeelden
Sie putzt ihre Zähne jeden Tag.
Ze poetst haar tanden elke dag.



























