Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
wüten
01
vor Wut toben und zerstörerisch handeln; übertragen: heftig wirken und große Schäden anrichten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
Voorbeelden
Die Randalierer wüteten stundenlang in der Innenstadt.



























