Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
stricken
01
breien
Mit Wolle und Nadeln Maschen herstellen, also Kleidung oder andere Dinge durch das Verweben von Garn machen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
stricke
3e persoon enkelvoud
strickt
onvoltooid deelwoord
strickend
onvoltooid verleden tijd
strickte
voltooid deelwoord
gestrickt
Voorbeelden
Sie strickt seit Jahren und ist sehr gut darin.
Ze breit al jaren en is er erg goed in.



























