Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
schätzen
01
schatten
Etwas ungefähr beurteilen oder einen Wert bestimmen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schätze
3e persoon enkelvoud
schätzt
onvoltooid deelwoord
schätzend
onvoltooid verleden tijd
schätzt
voltooid deelwoord
geschätzt
Voorbeelden
Ich schätze, das Paket wiegt fünf Kilo.
Ik schat dat het pakket vijf kilo weegt.
02
waarderen, respecteren
Jemanden respektieren oder wertschätzen
Voorbeelden
Ich schätze deine Hilfe sehr.
Ik waardeer je hulp zeer.



























