schicken
schi
ˈʃɪ
shi
cken
kən
kēn

Definitie en betekenis van "schicken"in het Duits

schicken
01

versturen, zenden

Etwas oder jemanden zu einem anderen Ort bringen lassen
schicken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
schicke
3e persoon enkelvoud
schickt
onvoltooid deelwoord
schickend
onvoltooid verleden tijd
schickte
voltooid deelwoord
geschickt
Voorbeelden
Kannst du mir das Foto schicken?
Kun je me de foto sturen?
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store