Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rechnen
[past form: rechnete]
01
berekenen, tellen
Mit Zahlen arbeiten, um ein Ergebnis zu finden
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
rechne
3e persoon enkelvoud
rechnet
onvoltooid deelwoord
rechnend
onvoltooid verleden tijd
rechnete
voltooid deelwoord
gerechnet
Voorbeelden
Die Kinder lernen in der Schule zu rechnen.
De kinderen leren rekenen op school.



























