panieren
pa
pa
pa
nie
ˈni:
ni
ren
ʀən
rēn
paktierenpassierenparkieren

Definitie en betekenis van "panieren"in het Duits

panieren
01

(Kochkunst)  Fleisch, Fisch o. Ä. vor dem Braten mit Mehl, Ei oder Semmelbröseln bedecken , -

grammaticale informatie
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
panierte
voltooid deelwoord
paniert
Voorbeelden
Vor dem Braten paniert sie die Schnitzel mit Ei und Semmelbröseln. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store