Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
panieren
01
(Kochkunst) Fleisch, Fisch o. Ä. vor dem Braten mit Mehl, Ei oder Semmelbröseln bedecken , -
grammaticale informatie
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
panierte
voltooid deelwoord
paniert
Voorbeelden
Vor dem Braten paniert sie die Schnitzel mit Ei und Semmelbröseln.



























