Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mögen
01
houden van, leuk vinden
Eine positive Einstellung zu etwas haben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
onregelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
mag
3e persoon enkelvoud
mag
onvoltooid deelwoord
mögend
onvoltooid verleden tijd
mochte
voltooid deelwoord
gemocht
Voorbeelden
Sie mag keine laute Musik.
Ze houdt niet van harde muziek.
02
willen, verlangen
Einen Wunsch ausdrücken
Voorbeelden
Sie mag nicht sprechen.
Ze wil niet praten.
03
kunnen, het kan zijn dat
Eine Möglichkeit ausdrücken
Voorbeelden
Es mag morgen schneien.
Morgen kan het sneeuwen.



























