Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
langweilen
[past form: langweilte]
01
vervelen, vervelen
Jemandem das Gefühl von Langeweile geben
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
langweile
3e persoon enkelvoud
langweilt
onvoltooid deelwoord
langweilend
onvoltooid verleden tijd
langweilte
voltooid deelwoord
gelangweilt
Voorbeelden
Vermeide es, dein Publikum zu langweilen.
Vermijd het vervelen van je publiek.
02
zich vervelen, zich vervelen
Sich aus Mangel an Interesse oder Beschäftigung gelangweilt fühlen
Voorbeelden
Langweilst du dich oft zu Hause?
Verveel je je vaak thuis ?



























