Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
kommunizieren
01
communiceren
Informationen, Gedanken oder Gefühle mit anderen austauschen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
kommuniziere
3e persoon enkelvoud
kommuniziert
onvoltooid deelwoord
kommunizierend
onvoltooid verleden tijd
kommunizierte
voltooid deelwoord
kommuniziert
Voorbeelden
Wir kommunizieren täglich über E-Mails.
Wij communiceren dagelijks via e-mails.



























