irritieren
i
ɪ
i
rri
ʁi
ri
tie
ˈti:
ti
ren
ʁən
rēn

Definitie en betekenis van "irritieren"in het Duits

irritieren
01

verbijsteren, in verwarring brengen

Jemanden verunsichern oder verwirren, oft durch unerwartetes Verhalten oder Reize 
irritieren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
irritiere
3e persoon enkelvoud
irritiert
onvoltooid deelwoord
irritierend
onvoltooid verleden tijd
irritierte
voltooid deelwoord
irritiert
Voorbeelden
Seine widersprüchlichen Aussagen irritierten mich. 

Zijn tegenstrijdige uitspraken irriteerden mij.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store