das handgelenk
hand
ˈhant
hant
ge
lenk
ˌlɛnk
lenk

Definitie en betekenis van "handgelenk"in het Duits

Das Handgelenk
01

pols, polsgewricht

Das Gelenk zwischen der Hand und dem Unterarm 
das Handgelenk definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Handgelenk(e)s
meervoudsvorm
Handgelenke
Voorbeelden
Sie trug eine Uhr am Handgelenk. 

Ze droeg een horloge om haar pols.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store