Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grün
[comparative form: grüner][superlative form: grünste-]
01
groen
Farbe von Gras oder Blättern
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
grünste-
vergrotende trap
grüner
gradueerbaar
verbuigbaar
Voorbeelden
Der Baum hat grüne Blätter.
De boom heeft groene bladeren.
02
onervaren, beginner
Neu in einem Bereich
Voorbeelden
Der grüne Mitarbeiter muss noch viel lernen.
De groene medewerker moet nog veel leren.
03
onrijp, nog groen
Noch nicht reif für den Verzehr
Voorbeelden
Ich mag keine grünen Äpfel.
Ik houd niet van groene appels.



























