der Freitag
Pronunciation
/ˈfʀaɪ̯taːk/

Definitie en betekenis van "freitag"in het Duits

01

vrijdag, vrijdag

Der fünfte Tag der Woche, zwischen Donnerstag und Samstag
der Freitag definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
genitiefvorm
Freitag(e)s
meervoudsvorm
Freitage
Voorbeelden
Wir treffen uns freitags zum Essen.
We ontmoeten elkaar op vrijdag om te eten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store