Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
erst
01
eerst, vooral
Zeigt, dass etwas vor allem anderen geschehen soll
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Erst musst du deine Hausaufgaben machen.
Eerst moet je je huiswerk maken.
02
pas, niet voor
Zeigt, dass etwas später als erwartet geschieht
Voorbeelden
Wir können erst morgen kommen.
We kunnen pas morgen komen.
erst
01
pas, net
Betont, dass etwas noch früh, gering oder kürzlich ist
Voorbeelden
Ich bin erst vor einer Stunde angekommen.
Ik ben pas een uur geleden aangekomen.



























