erschrecken
erschrecken
ɛɐ̯ʃʁɛkng
eshrekng
erstrecken

Definitie en betekenis van "erschrecken"in het Duits

erschrecken
01

bang maken, schrik aanjagen

Jemanden plötzlich ängstigen oder erschüttern 
Transitive
erschrecken definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onregelmatig
onscheidbaar
partikel
er
basiswerkwoord
schrecken
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
erschrecke
3e persoon enkelvoud
erschreckt
onvoltooid deelwoord
erschreckend
onvoltooid verleden tijd
erschreckte
voltooid deelwoord
erschreckt
Voorbeelden
Der Hund erschreckt das Kind. 

De hond schrikt het kind.

02

schrikken, bang worden

Plötzliche Angst oder Schreck durch etwas Unerwartetes zu empfinden 
Intransitive
erschrecken definition and meaning
Voorbeelden
Ich erschrecke leicht bei lauten Geräuschen. 

Ik schrik gemakkelijk van harde geluiden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store