Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
einschränken
01
Schranken oder Grenzen setzen; etwas begrenzen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
regelmatig
scheidbaar
partikel
ein
basiswerkwoord
schränken
hulpwerkwoord
haben
onvoltooid verleden tijd
schränkte ein
voltooid deelwoord
eingeschränkt
Voorbeelden
Das neue Gesetz schränkt die Nutzung von Plastik ein.
02
sich selbst Grenzen setzen; auf etwas verzichten oder weniger davon tun
Voorbeelden
Ich muss mich beim Einkaufen etwas einschränken.



























