das Ehepaar
Pronunciation
/ˈeːəˌpaːɐ̯/

Definitie en betekenis van "ehepaar"in het Duits

Das Ehepaar
[gender: neuter]
01

getrouwd stel, echtpaar

Zwei Menschen, die miteinander verheiratet sind
das Ehepaar definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Ehepaar(e)s
meervoudsvorm
Ehepaare
Voorbeelden
Ich habe das nette Ehepaar gestern getroffen.
Ik heb het getrouwde stel aardig gisteren ontmoet.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store