dich
Pronunciation
/dɪç/

Definitie en betekenis van "dich"in het Duits

01

jou, je

Ein Akkusativpronomen der zweiten Person Singular, das als direktes Objekt im Satz verwendet wird
dich definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie hat dich eingeladen.
Zij heeft je uitgenodigd.
02

jezelf, je

Ein Reflexivpronomen der zweiten Person Singular, das sich auf das Subjekt zurückbezieht
dich definition and meaning
example
Voorbeelden
Du hast dich verletzt.
Je hebt jezelf bezeerd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store