Zoeken
01
boos, kwaad
Ärger oder Zorn empfindend
Voorbeelden
Warum bist du so böse?
Waarom ben je zo slecht?
02
kwaadwillend, kwaadaardig
Mit schlechten Absichten
Voorbeelden
Das war eine böse Tat!
Dat was een slechte daad!
03
slecht, kwaadaardig
Unangenehm oder gefährlich
Voorbeelden
Er hat einen bösen Schnitt am Finger.
Hij heeft een slechte snee in zijn vinger.


























