Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
beurteilen
01
beoordelen, beoordelen
Eine Meinung oder ein Urteil über jemanden oder etwas bilden, oft basierend auf bestimmten Kriterien oder Fakten
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
beur
basiswerkwoord
teilen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
beurteile
3e persoon enkelvoud
beurteilt
onvoltooid deelwoord
beurteilend
onvoltooid verleden tijd
beurteilte
voltooid deelwoord
beurteilt
Voorbeelden
Der Lehrer beurteilt die Leistungen der Schüler fair.
De leraar beoordeelt de prestaties van de leerlingen eerlijk.



























