Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
benutzen
01
gebruiken, benutten
Etwas gebrauchen, um ein Ziel zu erreichen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
be
basiswerkwoord
nutzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
benutze
3e persoon enkelvoud
benutzt
onvoltooid deelwoord
benutzend
onvoltooid verleden tijd
benutzte
voltooid deelwoord
benutzt
Voorbeelden
Sie benutzt einen Stift zum Schreiben.
Ze gebruikt een pen om te schrijven.



























