Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
antworten
01
antwoorden
Auf eine Frage oder Nachricht reagieren
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
antworte
3e persoon enkelvoud
antwortet
onvoltooid deelwoord
antwortend
onvoltooid verleden tijd
antwortete
voltooid deelwoord
geantwortet
Voorbeelden
Sie antwortet sofort.
Ze antwoordt meteen.
02
antwoorden, reageren
Auf eine Situation reagieren
Voorbeelden
Der Körper antwortet auf Stress.
Het lichaam reageert op stress.



























