Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le légume
01
groente, eetbare plant
plante ou partie de plante comestible, souvent utilisée en cuisine
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
légumes
Voorbeelden
J'aime manger des légumes frais tous les jours.
Ik eet graag elke dag verse groenten.
02
grootheid, belangrijk persoon
personne importante, influente ou bien établie dans un domaine
Voorbeelden
C'est un légume dans le monde des affaires.
Hij is een grote vis in de zakenwereld.
03
persoon in vegetatieve toestand, groente
personne dans un état de conscience très réduit , comme une vie végétative
Voorbeelden
Après l'accident, il est resté un légume pendant des mois.
Na het ongeluk bleef hij maandenlang een groente.



























